1814-1942 De koloniale periode

E-mail Afdrukken PDF

Ambtenaren, soldaten en planters

Na de opheffing van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie in 1799 breekt een nieuwe fase aan in de verhouding tussen Nederland en de Indische archipel. Het Koninkrijk der Nederlanden neemt in 1814 de soevereiniteit over van de enkele gebieden die de VOC heeft overheerst. Ambtenaren zijn nodig om het gebied te besturen, soldaten om de orde te handhaven en nieuwe gebieden te veroveren. In het begin van de twintigste eeuw heeft Nederland gezag over de gehele archipel. In sommige gevallen gaat dit gepaard met grof geweld.

De nieuw veroverde gebieden doen de inkomsten uit land- en mijnbouw, oliewinning en handel enorm stijgen. Ook groeit het aantal Nederlanders dat zich daar vestigt als planter, ambtenaar of soldaat explosief. Door de verbeterde scheepvaartverbindingen reizen steeds meer vrouwen naar Indië. Er is echt sprake van een kolonisatie van de samenleving.

 

De verhouding tussen het inheemse en het Nederlandse bestuur

De koloniale overheid heeft in de negentiende eeuw veel ambtenaren nodig. Deze worden in Delft op de Indische Instelling opgeleid. De Nederlanders delen de nieuw veroverde gebieden onder in gouvernementen, residenties en districten. Ze plaatsen ambtenaren boven de inheemse vorsten, die zich zo voelen ingeklemd tussen de overheersers en de inheemse bevolking. De koloniale overheid eist hoge opbrengsten van het land. Als de eisen van de lokale heersers aan het volk echter te buitensporig worden, komen de inwoners in opstand of verhuizen ze naar andere gebieden.

Het blijft voor de vorsten steeds schipperen tussen de twee partijen: Nederlanders en inheemse bevolking. Veel lokale vorsten geven kostbare geschenken aan Hollandse ambtenaren, in de hoop ze zo te vriend te houden. Ook organiseren ze feesten en jachtpartijen. De kosten van deze exorbitante levensstijl kunnen de inheemse bestuurders slechts gedeeltelijk van hun salaris betalen. Voor de resterende kosten zijn zij regelmatig  genoodzaakt de belastingen op hun volk te verhogen, hetgeen grenst aan uitbuiting.

De moeizame relatie tussen het Nederlandse en het inheemse gezag staat centraal in enkele meesterwerken in onze literatuur: Max Havelaar van Multatuli en De Stille Kracht van Louis Couperus. De verfilming van Max Havelaar is in Indonesië zeer populair geworden.

 

Theejonkers, suikerlords en koffiebaronnen

Na de verovering van Indië concentreert de koloniale overheid zich op de exploitatie van winstgevende ondernemingen in koffie, thee, suiker en rubber. De opbrengsten van deze producten gebruikt Nederland onder andere voor het bekostigen van de geldverslindende oorlog met België. In 1830 voert de koloniale overheid het Cultuurstelsel in. De bevolking wordt gedwongen een deel van haar oogst af te staan of een vijfde van de eigen grond te bewerken voor de regering. In de praktijk zijn de eisen veel hoger, een situatie die leidt tot ontbossing en hongersnood.

Hollandse particulieren kunnen vanaf 1870, toen het Cultuurstelsel werd afgeschaft, land in erfpacht krijgen. De nieuwe situatie trekt vele Europese ondernemers naar de cultuurondernemingen op Java en Sumatra. Ze huren goedkope koelies (inheemse Chinese arbeiders) voor het zware werk. De ondernemers kunnen zich door deze goedkope arbeidskrachten enorm verrijken. Na hun pensioen keren ze terug naar Nederland en laten daar kapitale villa's bouwen. Deze koloniale elite kreeg de bijnaam van theejonkers, suikerlords en koffiebaronnen. Het wel en wee van deze groep is nauwkeurig beschreven in Heren van de Thee van Hella Haasse.

Gedetailleerde beschrijvingen van de koloniale levensstijl zijn te vinden in het werk van Couperus, Daum, Maria Dermoût, Bep Vuyck en anderen. Het Indische verleden speelt tevens door in het werk van huidige schrijvers, zoals Marion Bloem, Jeroen Brouwers, Adriaan van Dis en Rudy Kousbroek.

 

De Indische cultuur

De kolonisatie van Indië leidt tot een vermenging van de Nederlandse en de inheemse cultuur. Tot aan het einde van de negentiende eeuw reizen voornamelijk Europese mannen naar de Oost. Deze mannen wonen vaak samen met inheemse vrouwen (njaj). Uit hun verbintenis ontstaat een gemengde, Indo-Europese bevolking (mestiezen). De Indo-Europeanen zijn vaak de tussenpersonen geweest in de strenge hiërarchie die de kolonisator van de gekoloniseerde scheidde. Veel Indo-Europeanen werken in die tijd als ambtenaar of soldaat in dienst van het Nederlandse gouvernement. Tot in het midden van de negentiende eeuw bekleden de Indo-Europeanen soms zeer hoge posities. Deze verliezen ze als de samenleving verhollandst door de komst van totoks (volbloed Hollanders).

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw kunnen we van een eigen Indo-Europese cultuur spreken. De Hollanders passen zich enigszins aan hun nieuwe omgeving aan. Hun woon- en leefomgeving krijgt een Indisch tintje. Het meubilair in de koloniale woningen getuigt van een wederzijdse culturele invloed: houten stoelen en tafels worden in Indië zelf vervaardigd en versierd met inheemse motieven. Zilveren en koperen gebruiksvoorwerpen vertonen eveneens de invloed van de lokale cultuur. Het Japara-naaitafeltje en de zilveren voorwerpen van Yogyakarta zijn voorbeelden van deze vermenging. Sommige totoks volharden in het eten van aardappelen, vlees en groente. Andere zijn dol op rijsttafel, de Hollandse manier om Indisch te eten: heel veel gerechten waar een keuze uit gemaakt kan worden.

 

180stoels1424 180stoels337-4ab

 

Het Indische verleden is tot op heden nog steeds aanwezig in ons land. De rijsttafel, nasi en het sateetje zijn bijna echt Hollandse gerechten, in veel woningen zijn koloniale meubels populair en in onze taal zijn veel Indonesische leenwoorden, zoals soesa, piekeren en mijn pakkie-an.


Batik Belanda

De vrouwen, Hollands of Indo-Europees, dragen de gebatikte sarong met een witte katoenen kabaya. Ongehuwde vrouwen of weduwen uit deze groep leggen zich zelfs toe op het batikken. Zij worden vaak onderneemsters en starten batikateliers waar Javaanse vrouwen volgens de Javaanse techniek de door de Europese en Indo-Europese eigenaressen ontworpen batiks maken naar Europese smaak. De batikonderneemsters vonden de traditionele Javaanse kleurstellingen en motieven te somber en te 'inlands'.

De Batik Belanda (Hollandse batik) kenmerkt zich door Europese motieven (boeketten, hoefijzers, hartjes, sprookjes) en lichte heldere tinten in roze, groen en blauw. Sommige Batik Belanda-doeken zijn gesigneerd. De Batik Belanda vindt ook gretig aftrek bij Indo-Chinese vrouwen die zich willen onderscheiden van de Javaanse vrouwen. Vooral de kleurenkeus en de mogelijke vermenging met Chinese motieven spreekt hun enorm aan. Dit wordt een groot afzetgebied voor de nieuwe batikindustrie.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw verandert de koloniale maatschappij doordat steeds meer Nederlandse vrouwen zich in Nederlands-Indië vestigen. De vrouwen brengen de Nederlandse cultuur met zich mee op het gebied van kunstbeoefening, kleding en eetgewoonten. Rond de jaren twintig raakt het dragen van sarong en kabaya door de Indische en Europese dames snel in onbruik en men geeft dan de voorkeur aan Europese kleding.

 

Het KNIL

De koloniale overheid maakt gebruik van militaire macht om binnen de uitgestrekte kolonie de orde te handhaven. De Java-oorlog (1825-1830) leidt tot de oprichting van het KNIL: het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. De hoge rangen binnen het KNIL worden ingenomen door Europeanen. De lagere manschappen zijn overwegend inheems, meestal Javaans of Moluks. In de negentiende eeuw verovert het KNIL tijdens geldverslindende oorlogen bijna de gehele archipel. Enorme aantallen slachtoffers vallen tijdens de beruchte bezetting van Noord-Bali (1849) en de bloedige Atjeh-oorlog (1871-1913). Veel schatten worden buitgemaakt bij de gewelddadige verovering van Lombok (1894) en Zuid-Bali (1906).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verliest het KNIL in 1941 van Japan. De krijgsgevangenen worden weggevoerd naar Thailand en Sumatra om spoorwegen aan te leggen. De Japanse bezetter interneert de Europese vrouwen en kinderen in speciale kampen in de archipel. Velen komen hierbij om. Na de bevrijding op 15 augustus 1945 probeert het KNIL de koloniale macht te herstellen. Intussen heeft Soekarno op 17 augustus 1945 de Indonesische Republiek uitgeroepen. De politionele acties van het KNIL eindigen in een nederlaag voor Nederland. Na de erkenning van de Indonesische soevereiniteit (december 1949) heft de Nederlandse overheid het KNIL in 1950 op.

 

Terug naar de vorige periode (1602-1799 VOC-periode)

 

Laatst geupdate op woensdag 07 december 2011 20:46  

Rondkijken in Nusantara

nusantara
Klik op de afbeelding voor een panoramafoto (360 graden)